Doe de eieren en melk in een grote kom en mix door elkaar. Voeg de bloem en het snuf zout geleidelijk toe terwijl je blijft kloppen.
Smeer een pannenkoekenpan in met een klontje boter of een beetje olie. Schep met een jus- of soeplepel wat beslag in het midden van de pan en verdeel het over de gehele bodem door de pan even van het vuur te halen en een draaiende, kantelende beweging te maken. In dit geval wil je hele dunne pannenkoekjes, oftewel flensjes, krijgen. Zorg dat je zuinig bent met het beslag en gebruik je eerste poging om daarmee te experimenteren.
Wanneer het oppervlak van je flensje droog is draai je deze met een spatel om en bak je de andere kant ook lichtgoud. Stapel de flensjes op een bord tot al het beslag op is. Dit zullen ongeveer 8 stuks zijn.
Mocht je zelf de kersenvlaaivulling willen maken, volg dan dit recept. Voor de MonChou vulling klop je de slagroom stijf in een kom. In een andere kom roer je de suiker, het vanille-extract en de MonChou romig. Voeg de slagroom eraan toe en meng rustig tot een egaal mengsel. Zet de vulling in de koelkast zodat hij nog wat kan opstijven.
Vouw een flensje tweemaal dubbel zodat je ziet waar de vulling moet komen. Vouw weer één keer open, zodat je een enkel gevouwen flensje hebt en vul met enkele lepels Monchou en daarop wat (warme) kersen. Vouw weer dicht en bestrooi met poedersuiker. Herhaal dit voor alle flensjes. Serveer direct.